Core Web Vitals uitgelegd: LCP, INP en CLS in gewone taal

Core Web Vitals zijn drie metingen van Google die laten zien hoe prettig je website aanvoelt voor echte bezoekers: hoe snel de belangrijkste inhoud verschijnt (LCP), hoe snel de pagina reageert op een klik (INP) en hoe stabiel de opmaak blijft tijdens het laden (CLS). Je checkt ze gratis met PageSpeed Insights en Google Search Console. Hieronder lees je per meting wat hij betekent, welke score goed is en wat je eraan kunt doen.

Wat zijn Google Core Web Vitals?

Google gebruikt een groep signalen om de paginaervaring te beoordelen. De Core Web Vitals zijn het meetbare deel daarvan. Ze worden gemeten bij echte Chrome-gebruikers die je site bezoeken, niet alleen in een testomgeving. Die praktijkdata heet veldgegevens.

Belangrijk om te weten: Google kijkt naar het 75e percentiel. Dat betekent dat drie op de vier bezoeken de grens moeten halen. Een paar trage bezoeken op een slechte verbinding gooien je score dus niet meteen omver, maar een site die alleen op snel wifi goed is, haalt het niet.

De drie metingen en hun grenzen

MetingWat het meetGoedSlecht
LCP (Largest Contentful Paint)Hoe snel het grootste zichtbare element verschijntBinnen 2,5 secondeMeer dan 4 seconden
INP (Interaction to Next Paint)Hoe snel de pagina reageert op klikken en tikken200 milliseconden of minderMeer dan 500 milliseconden
CLS (Cumulative Layout Shift)Hoeveel de opmaak verspringt tijdens het laden0,1 of lagerHoger dan 0,25

Alles tussen goed en slecht valt in de categorie verbetering nodig. Bron: de documentatie van Google op web.dev.

LCP: hoe snel zie je de belangrijkste inhoud?

LCP meet wanneer het grootste blok in beeld klaar is. Op de meeste pagina’s is dat een grote foto bovenaan, een banner of een flinke alinea tekst. Voor een bezoeker voelt dat als het moment dat de pagina er is.

Veelvoorkomende oorzaken van een trage LCP:

  • Een grote hero-afbeelding die niet gecomprimeerd is of in een oud formaat staat.
  • Trage hosting, waardoor de server lang doet over het eerste antwoord.
  • Veel scripts en stijlbestanden die eerst geladen moeten worden voordat de pagina getekend wordt.
  • Een slider bovenaan die pas na het laden van JavaScript zijn eerste foto toont.

Snelle winst haal je met kleinere afbeeldingen in WebP of AVIF, caching en het weghalen van onnodige plugins. Hoe je afbeeldingen goed aanlevert, lees je in Afbeeldingen optimaliseren voor SEO: alt-tekst, bestandsnaam en formaat.

INP: hoe snel reageert je site?

INP meet de vertraging tussen een actie van de bezoeker, zoals op een knop tikken of een menu openen, en het moment dat het scherm iets laat zien. Het kijkt naar vrijwel alle interacties tijdens een bezoek en rapporteert een van de traagste. INP verving in 2024 de oudere meting FID, die alleen naar de eerste klik keek.

Een slechte INP ontstaat bijna altijd door te veel JavaScript. De browser is dan druk met scripts uitvoeren en kan jouw klik niet meteen verwerken. Denk aan chatwidgets, trackingscripts, uitgebreide cookiebanners en zware page builders. Meer achtergrond vind je in onze eerdere blog over INP als nieuwe Core Web Vital.

CLS: verspringt je pagina?

Je kent het: je wilt op een knop tikken, er laadt nog een banner in en je tikt op iets anders. Dat is layout shift. CLS telt hoeveel en hoe ver elementen onverwacht verschuiven.

De meest voorkomende oorzaken:

  • Afbeeldingen en video’s zonder vaste breedte en hoogte.
  • Advertenties of embeds die later inladen en ruimte opeisen.
  • Lettertypes die na het laden wisselen en de tekst laten verspringen.
  • Meldingsbalken of cookiebanners die de inhoud naar beneden duwen.

Oplossing: geef elk beeldelement vaste afmetingen, reserveer ruimte voor banners en laat meldingen over de inhoud heen vallen in plaats van ertussen.

Core Web Vitals check: zo meet je het zelf

Je hebt geen betaalde software nodig. Met deze gratis tools doe je een core web vitals check online:

  1. PageSpeed Insights. Vul een URL in op pagespeed.web.dev. Bovenaan zie je de veldgegevens van echte bezoekers, daaronder een labtest met concrete verbeterpunten. Heeft je site weinig bezoekers, dan ontbreken de veldgegevens en zie je alleen de labtest.
  2. Google Search Console. Onder Core Web Vitals zie je welke groepen pagina’s goed, matig of slecht scoren, apart voor mobiel en desktop. Handig om patronen te zien, zoals alle productpagina’s met hetzelfde probleem.
  3. Chrome DevTools. Voor wie verder wil: met het tabblad Performance zie je per element wat de vertraging veroorzaakt.

Een overzicht van meer handige tools vind je in De beste (gratis) SEO-tools voor ondernemers op een rij.

Labdata en velddata zijn niet hetzelfde

De score van 0 tot 100 in PageSpeed Insights is een labtest op een gesimuleerde, trage telefoon. Die is handig om problemen te vinden, maar Google gebruikt voor de beoordeling de velddata. Een labscore van 60 met groene velddata is dus prima. Andersom geldt: een mooie labscore zegt weinig als echte bezoekers een trage site ervaren.

Hoe belangrijk zijn Core Web Vitals voor SEO?

Core Web Vitals tellen mee in de ranking, maar ze zijn geen wondermiddel. Google zegt zelf dat relevante, goede inhoud zwaarder weegt. Als twee pagina’s ongeveer even goed aansluiten op een zoekvraag, kan een betere ervaring het verschil maken.

De grotere winst zit vaak buiten Google: een snelle, stabiele site levert meer aanvragen en verkopen op, omdat minder bezoekers afhaken. Zie core web vitals optimalisatie dus vooral als conversiewerk met een SEO-bonus. Gebruik je WordPress, dan vind je meer instellingen in WordPress SEO: de complete handleiding voor je eigen site.

Praktijkvoorbeeld: een installatiebedrijf met een springerige homepage

Een installatiebedrijf voor warmtepompen had een homepage met een grote video bovenaan, een slider met reviews en een chatwidget. Op mobiel was de LCP ruim boven de 4 seconden en verschoof de knop Offerte aanvragen tijdens het laden.

De aanpak was eenvoudig: de video maakte plaats voor een gecomprimeerde foto, de reviewslider werd een vast blok met drie reviews, en de chatwidget laadde pas na enkele seconden. Na een paar weken stonden de velddata in Search Console op groen. Belangrijker nog: de offerteknop stond meteen stil op zijn plek.

Zelf doen of uitbesteden?

Zelf doen lukt goed bij de basis: afbeeldingen verkleinen, een cachingplugin instellen, overbodige plugins en widgets verwijderen en vaste afmetingen aan afbeeldingen geven. Daarmee los je bij veel kleine sites het grootste deel op.

Uitbesteden loont als de oorzaak in de code van je thema, page builder of webshop zit, als INP slecht is door scripts die je niet zomaar kunt weghalen, of als het om honderden pagina’s gaat. Dan is het werk technisch en is de kans groot dat je iets anders stuk maakt.

Tot slot

Core Web Vitals zeggen in drie getallen hoe je site voelt voor echte bezoekers. Begin met de veldgegevens in Search Console, pak de grootste oorzaak per meting aan en meet opnieuw na een paar weken. Wil je dat iemand de techniek onder je site in één keer goed zet? Bekijk dan onze aanpak voor technische SEO.

Veelgestelde vragen

Wat zijn goede Core Web Vitals-scores?

LCP binnen 2,5 seconde, INP van 200 milliseconden of minder en CLS van 0,1 of lager. Google kijkt daarbij naar het 75e percentiel van echte bezoeken.

Waarom zie ik geen veldgegevens in PageSpeed Insights?

Google heeft dan te weinig bezoekdata van Chrome-gebruikers voor jouw pagina of site. Je ziet alleen de labtest, die je wel kunt gebruiken om problemen op te sporen.

Hoe lang duurt het voordat verbeteringen zichtbaar zijn?

De velddata zijn gebaseerd op de afgelopen 28 dagen. Na een verbetering duurt het dus een paar weken voordat Search Console en PageSpeed Insights het volledig laten zien.

Is INP hetzelfde als FID?

Nee. INP verving FID in 2024. FID mat alleen de eerste interactie, INP kijkt naar vrijwel alle interacties tijdens een bezoek en is daardoor strenger.

Heb je vragen over het verbeteren van je online vindbaarheid?

Neem contact met ons op!

SEO scan

SEO scan

SEO scan